“Twee vrijkaartjes? Bedankt!”
Even leek het erop of we afgelopen zondag opnieuw de Keukenhof zouden bezoeken. Van mijn zus hadden we twee kaartjes gekregen. Ondanks dat we een paar weken geleden ook al naar de Keukenhof waren geweest, was het voor ons geen bezwaar om dit nog eens dunnetjes over te doen. Dus togen we afgelopen zondagmorgen al vroeg naar Lisse. Maar hoe dichter we bij de Keukenhof kwamen, des de drukker het werd. En bij de afrit van de A4 naar de provinciale weg stond al een behoorlijke file. We keken elkaar aan, schudde ons hoofd en besloten dat de Keukenhof vandaag niet op ons hoefde te rekenen, waarschijnlijk zouden ze ons door de drukte toch niet missen. Maar wie zouden we dan verblijdden met onze aanwezigheid? We besloten eens lekker de toerist te spelen en waar gaan toeristen, behalve naar de Keukenhof, nog meer naartoe? Juist, naar de Zaanse Schans. Schande, schande, maar als echte Hollandse kaaskop was ik er nog nooit geweest. De drukte viel mee en het was niet moeilijk om de auto te parkeren. Wel stapte er busladingen met Aziaten, Duitsers en Amerikanen uit. Allemaal de Windmills, Wooden Shoes en Tulips bekijken. En daar liepen wij nu dus ook tussen. Ik weet niet wat een grotere attractie was, de houten huisjes of de druk fotograferende en poserende Japanners.
Op een bankje raakte ik in gesprek met een oudere bewoner van de streek en kwam op die manier veel te weten van de Zaan en de Zaanse Schans. Ondertussen was het zonnetje behoorlijk aan de hemel geklommen en baadde ons in een zee van licht en warmte. Tijd voor een terrasje en een verkoelend drankje. Links hoorde we Frans, rechts Spaans en tegenover ons zat een kudde Japanners. Wat voelt het toch heerlijk, toerist in eigen land. Houten huisjes en molentjes kijken. Maar wie goed keek zag meer. Wie goed keek zag de lente: pasgeboren lammetjes, jonge eendjes en brutale kippetjes en haantjes.
De dag werd besloten met een bezoekje aan het Zaans Museum, waar naast het wonen in de Zaanstreek en zijn geschiedenis ook aandacht werd besteed aan Verkade en de Linoleumfabriek. Natuurlijk zou Jef Jef niet zijn als er weer war mis zou gaan. Want wie krijgt het nu voor elkaar om zijn parkeer-dagkaart te laten verlopen? Juist!!! Gelukkig bood de aardige parkeerwacht uitkomst, tot opluchting van de vele auto’s die achter mij stonden.







